top of page

Het einde van de regendagen

  • Foto van schrijver: wuytsjana
    wuytsjana
  • 19 mei
  • 3 minuten om te lezen

Het regende hier de voorbije weken zo hard dat we evengoed in de mistige heuvels van Schotland hadden kunnen zitten, in plaats van in de zonnige Pyreneeën. Maar nu zou het geplens eindelijk stoppen.


Ik zit op hete kolen. Want na twee jaar intense tuinarbeid, kan ik niet wachten tot ik het resultaat zie. Er komt wat aan: ik zie het aan de knoppen en de rozetten.


De lente, die meer kwakkelde dan ons lief was, gaf een voorproefje. Mijn helling is getransformeerd van een jungle tot een bloemenweide. Maandenlang deed ik niets anders dan netels trekken, bosrank knippen en bramen verwijderen. Ik heb vaak aan die arme Sisyphus gedacht.

Zes afbeeldingen van kleurrijke bloemen, waaronder klaproos en vergeet-me-nietjes, in een zonnige natuuromgeving met gras en bomen.

Daarna begon het zenuwslopende wachten. Je moet je grond leren kennen, en geduld hebben om te zien wat er spontaan opschiet. Ik ontdekte welke soorten woekeren op onze grond. Die pakte ik dit jaar steviger aan. Zo’n reuzedistel is wel mooi, maar je raakt er amper ongeschonden langs, op mijn smalle hellingpaadjes (eentje mag, als toegift voor de vlinders).


Als beloning voor de bevrijding verdubbelden de seringen. De gele morgenster kwam me verrassen. De bosviooltjes onder de kerselaar groeiden uit tot een tapijt. En top of the bill: die adembenemende, onzaaibare bergnachtorchis dook in veelvoud op!


bergnachtorchis

Als ik nu in de aarde wroet, krioelt het weer van het leven: wormen, pissebedden, rare rupsen met gekke namen. Boef doet met me mee, en ik kan niet kwaad zijn als hij weer eens een zorgvuldig gestapeld muurtje vernielt, waarin ik een bloembed zag, of wanneer hij in een pas ingezaaid perkje het perfecte hondenbed vermoedt.


Het is ook zijn tuin.


Maniakaal verzamelde ik de voorbije twee jaar zaden. Ik knipte kaardebol in velden van verlaten boerderijen. Ik plukte uitgebloeide, verdwaalde afrikaantjes van tussen de straatstenen in het dorp. Ik bewaarde de pluisjes van de rode valeriaan uit de stadsmurenkieren. Ook in eigen hof: een mens kan nooit te veel korenbloemen, akelei of cosmos hebben.


De gestekte kamperfoelie uit ons bos sloeg aan, net als de sleutelbloemen die ik intra hekkos verplantte. We hebben dat hek voor Boef gezet, maar nu bakent het onze inspanningen af. Twee hectare is om moedeloos van te worden, maar tien are: kunnen we!


Marnix doet de moestuin, ik de bloemen. Het nuttige, en het aangename. Ik deed het in beginsel voor ‘t plezier en voor de bijen. Onze grond stikte in stikstof door die jarenlange landbouw. Vandaar de bramen en de netels: die gedijen op die overvloed. Door ze af te voeren, hielpen we de grond verschralen, en daar houden veel bloemen van. De natuur klaart die klus perfect zelf, maar dat duurt jaren. Ik mocht ze een handje helpen.


En wat blijkt? Ook ik word er beter van, op manieren die ik niet had voorzien.


Gepresenteerde bloemen en bladeren op een pers met houtkleurige achtergrond. Grote paarse en roze bloemen, rode bloemblaadjes en groene bladeren.


Ik pluk nu bloemen zonder schroom. Wie zaait, zal oogsten — dat wisten ze in de Bijbel al. Mijn nieuwe bloemen zijn zo talrijk en gelukkig, en bloeien in zulke vrolijke veelvouden dat de tuin zoemt op elk moment van de dag. Op elke plant zit een beestje, van lelijke vlinders tot knappe kevers, of was het andersom?


Intussen leerde ik welke bloemen mooi drogen en welke mislukken. Zelfs in die korte lenteflits heb ik zo’n voorraad verzameld dat ik nu ook grote werken aankan. Ik heb de smaak te pakken. En zo raakt het ene het andere aan.



Gedroogde bloemen en blaadjes in roze, geel en paars op een witte achtergrond, in een artistieke compositie met delicate patronen.

Uit een handvol zaadjes, geoogst op een minuutje in het veld, zijn nu kaardebolplanten van twee meter opgeschoten, die straks uitbundig gaan bloeien en vlinders en bijen en vogels blij maken — om nog maar van het plezier te zwijgen dat ik er zelf aan beleef.


Het is méér dan plezier. Want als de lelijkheid van de wereld mij boven het hoofd groeit, helpt het om te zien hoe je met een handvol zaadjes zelf een miniwereld kan creëren, die - traag maar zeker - gaat gonzen van leven.


Maar nu mag het stoppen met regenen. Dan gaat onze Spanjaard zonnekloppen en blijft hij tenminste van mijn muurtjes af.


Want deze Sisyphus heeft nu wel even genoeg stenen versleept.





Meer verhalen uit het bos? Ontdek ‘Boef. Terug naar de natuur’ nu bij Standaard Boekhandel.

Je vindt daar ook de twee eerste Boefboeken.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page