top of page

In het bos ben je nooit alleen

  • Foto van schrijver: wuytsjana
    wuytsjana
  • 25 apr
  • 3 minuten om te lezen

Sinds we weer in ons Pyrenese bos zijn, krijgen we de ene uitdaging na de andere voor de kiezen. We schrikken er niet voor terug, want we zijn ondertussen wel wat gewend, en we hebben ook bewust gekozen voor een leven in het wild. Maar de voorbije weken waren zelfs naar onze normen pittig. 


Over de bomen hadden we het al. Vijf opeenvolgende stormen ontwortelden tientallen bomen in ons bos, van dunne dennen tot kolossale kastanjes. Eén jonge es viel op het hek, gelukkig zonder het te vernielen. Behoedzaam verzaagde Marnix de stam. Al dagenlang verslepen we afgebroken takken en zeulen we kliefklare houtblokken naar ons huis. 


Maar nu de lente echt is begonnen, meldt ook de rest van het bos zich weer. Op de eerste zonnige lenteochtend vonden we een adder in de veranda op de mat. We kennen onze slangen ondertussen: de grote zijn ongevaarlijk, voor de kleintjes moet je oppassen. Boef had hem meteen in de mot. Omdat we een krachtmeting tussen hond en adder wilden vermijden, sloten we Boef op in de woonkamer. Toen we de adder probeerden te vangen, verschool hij zich vliegensvlug in de houten deurlijst. 



’s Anderendaags troffen we de adder versuft aan naast Marnix’ tuinschoen, aan de andere kant van het huis. Er zit een gat in de zool. Had Marnix met een adder in zijn zool rondgewandeld? We veegden het beestje op en brachten hem naar het bos. Het was een wake-upcall: wat moesten we doen als we gebeten werden? We installeerden een noodapp op de gsm en sloegen het nummer van de dokter, de verpleegster en de apotheker op. 


Ondertussen telden we al honderden wespen in de tuin. Ze zijn vroeg dit jaar. Boef is vorig jaar twee keer gestoken. Als hij nu een wesp ziet, gaat hij hoog en schel blaffen. Zo blafte hij ons op een ochtend wakker: er zat een wesp vlak boven onze slapende hoofden. Dank je, Boef. 


Vorige week vonden we keverkadavers op de kast. Tapijtkevers, zegt het internet, maar zeker zijn we daar niet van. We vegen ze elke dag netjes op. Het blijft een raadsel waar ze vandaan komen. Voorlopig zien we geen schade, maar we blijven waakzaam.


We openen ook meermaals per dag het grote raam in de gang, om honderden lieveheersbeestjes buiten te laten. Sommige vliegen vanzelf weg, de suffe exemplaren helpen we op weg met de keerborstel. Ze overwinterden onder de sprokkelhoutmand. Als het klopt dat lieveheersbeestjes ‘geluk, liefde en voorspoed’ brengen, dan staan we er goed op dit jaar. 



Daarnet ging ik bloemen plukken om te drogen. Ik maak er kaartjes mee. De bloesems, irissen, blauwe druifjes, tulpen en wikke bloeien al volop. De camelia is over haar hoogtepunt, maar ik ging toch even kijken of ik nog een geschikt bloemetje kon vinden. 


‘O zo aardig’, dacht ik, toen ik een bij in een bloem zag verdwijnen, en ik haalde mijn camera boven. Toen ze weer tevoorschijn kwam, zag ik dat het om een hoornaar ging. Ik deinsde achteruit en zag er plots nog vier, allemaal in dezelfde struik, slurpend van de camelianectar. Aziatische hoornaars, met zo’n oranje streep. Dat belooft voor deze zomer.  


In het bos ben je nooit alleen. Samenleven met de natuur kun je niet afdwingen. Je kunt hoogstens goed kijken, geduld oefenen en bijsturen waar nodig. Zoals Marnix zegt: ‘Een nieuwe dag, een nieuwe uitdaging.’ 


We hebben geleerd dat je niet per se meteen moet denken in termen van kapotmaken en bestrijden. Niet dat we de boel de boel laten: we houden de dingen goed in de gaten, en als het kan zoeken we oplossingen in de natuur zelf. Vaak lossen dingen zich vanzelf op, zoals de honderden mieren die in kolonne door onze veranda marcheren en dan weer verdwijnen.


Of we kijken hoe de natuur het zou oplossen. Roofmijten kregen de spint in de jasmijn klein. Dat blijft wonderlijk: in een klein zakje dat met de post komt, zitten miniatuurbeestjes die spinteieren opeten. Het werkt zó goed dat het toverkunst lijkt. 



Soms helpt de natuur zelf een handje. De stormen hebben veel sparren genomen. Die zijn hier van nature niet thuis. Daarmee is de plaag van dennenprocessierupsen ingedamd: veel nesten zijn mee weggeblazen. Die beestjes, die we bij duizenden tijdens onze wandelingen aantroffen, zijn gevaarlijk voor Boef. Elk jaar sterven er honden door de brandharen. De rupsen zijn niet helemaal verdwenen, maar de balans is weer een klein beetje hersteld. 


Zo. Hoe loopt de lente bij u? 


Ontdek de boeken over Boef via www.janaelza.com/boef.

3 opmerkingen


d.neirynck
28 apr

Il volg Boef en zijn leven al sinds zijn adoptie. Ik herken er mijn hond in. Als je een hondenexpert moet geloven hebben ze het verstand van een 5 jarig kind. Heb daar mijn twijfels over. Je verhalen zijn o zo mooi.

Like

Enny Ceulemans
Enny Ceulemans
27 apr

Wauw, het is daar wel een spannend leven, elke dag weer onverwachte "bezoekers".... Hopelijk hou je het veilig, met adders, hoornaars, e.d. 👍

Like

bienleyssen
26 apr

Wat een heerlijke pen heb te toch!

Like
bottom of page