top of page

Nils en Oriana

  • Foto van schrijver: wuytsjana
    wuytsjana
  • 16 feb
  • 3 minuten om te lezen

De ergste storm sinds 2009. Die was ons voorspeld, en die kregen we. 


Bij 850.000 gezinnen viel de stroom weg — wij waren één van hen. Gedurende drie dagen was er geen elektriciteit. In onze levens werkt haast alles op elektriciteit. Je merkt het pas als het er niet meer is. Geen mobiel netwerk, geen internet. Geen koffie, zelfs. 


Buiten leek het alsof de duivel tekeer ging. De wind huilde uren aan een stuk. Bomen zwiepten vervaarlijk heen en weer. Talloze bomen in ons bos vielen om of braken in twee. Het was levensgevaarlijk om buiten te komen. We bleven binnen. 


Boef was opmerkelijk kalm. Hij wist dat we veilig waren in ons stenen huis. Samen luisterden we naar de wind die door de deurkieren en raamspleten gierde. 


Het werd donker. Met de zaklamp in de hand kookte Marnix op het gasvuur vis en scampi’s en finura, wat het eerste op moest. We hielden de frigo dicht, hopend dat de inhoud zo lang mogelijk koel zou blijven. De keuken verwarmen we met de houtkachel, de rest van het huis bleef kil. 



Uitgerekend die avond was de gasfles leeg. Negen maanden gaat ze mee, maar vanavond gaf ze er de brui aan. Ook met het warm water was het gedaan. We wachtten op het daglicht om de gasfles te vervangen. Het kon altijd nog lastiger. Bij onze buren werkte het toilet niet meer: het water wordt elektrisch opgepompt.


Het moeilijkste vond ik dat we afgesloten waren van informatie. We konden alleen maar in het donker wachten tot het voorbij was om de schade op te meten. Code rood, schreeuwde mijn telefoon. Het bericht van de overheid kwam binnen met een bloedstollend alarmsignaal waarvan ik niet eens wist dat het op mijn telefoon zat. 


Vrijdagavond sprong het licht weer aan. We deden een vreugdedans. De gemeente was dag en nacht in de weer om generatoren te installeren in de talloze uithoeken van deze bergketen. Er is elektriciteit, maar we mogen voorlopig niet wassen of een oven gebruiken: dat kost te veel energie. Het kan nog dagen duren, misschien wel weken, tot de stroom is hersteld. In ons ravijn hangt een van de houten elektriciteitspalen helemaal scheef. 


In een razende tempo maken ploegen de wegen vrij. Ik besliste om met mijn vriendin Natalie, die uitgerekend nu op bezoek was, een dag eerder naar Girona te reizen, zodat ze op tijd op de luchthaven raakte. Want na storm Nils kwam storm Oriana. Marnix en Boef bewaakten het fort. 


Het waaide nog harder die nacht. 



Een dag later raakte ik met de trein, bus en navette terug in het dorp. De schade is enorm. Honderden bomen zijn ontworteld en versperren opnieuw de wegen. Een machtige olm kiepte om en vernielde drie auto’s. Onze vaste wandelweg is op meerdere plekken versperd. Dakpannen waaiden af. De brandweer checkt de schade op de daken met een drone.


Maar wij zijn oké. Bij al dat natuurgeweld is misschien nog wel het allermachtigst om te zien hoe mensen samenkomen. Buren die bezorgd langskomen. Dorpsbewoners die vragen of je hulp nodig hebt. Mensen die, zonder mogelijkheid om elkaar te bellen, samenkomen in het plaatselijke café om, ja, samen te zijn. Je ziet de overheid van haar mooiste kant: zorgend voor haar burgers. Werklui die dag en nacht doorwerken. Want als de natuur zich tegen ons keert, komt de kracht van mensen naar boven. 





Opmerkingen


bottom of page